<img height="1" width="1" style="display:none" src="https://www.facebook.com/tr?id=1450676128556753&ev=PageView&noscript=1" />

Geschiedenis Heracles Almelo

Heracles heeft thans in heel voetbalminnend Nederland een uitstekende naam en een eerbiedwaardige reputatie opgebouwd. Het is de betaalde tak van Heracles – Heracles Almelo – die het meest van deze reputatie profijt heeft, toch moet eerlijk gezegd worden dat ook de amateur tak – AVC Heracles – haar deel van de huidige landelijke uitstraling van de naam Heracles heeft verdiend. Om de prachtige historie van deze Almelose voetbalvereniging in tekst en foto's weer te geven is een mooie taak, temeer omdat op deze manier een aantal historische onjuistheden gecorrigeerd kan worden. 

In den beginne...

Wat in het voorjaar van 1902 begon als het onschuldig de lucht intrappen van een driekwart voetballetje mondde uit in de oprichting van een club, waarover vandaag de dag met eerbied gesproken wordt. Maar zover is het nog lang niet, we moeten beginnen bij het begin. Het was dus in 1902 dat een zekere D. Kortenvoort samen met zijn neefjes, onder wie G. en A. Reuvekamp, op een stuk weiland nabij het huis van D. Kortenvoort's vader de beginselen van de voetbalkunst eigen probeerden te worden. Van zondag 's morgens tot 's avonds laat werd er in alle ijver geoefend, er werd alleen even onderbroken om wat te gaan eten. Nu moet niet gedacht worden dat deze jongelingen uit Ambt Almelo enig voetbal speelden dat op het eigenlijke spel leek, het was namelijk zo dat geen der voetballiefhebbers de regels van het spel kende. 

In het begin van deze eeuw bestond er reeds een voetbalclub in Almelo, "Oranje Nassau" geheten. De club was alleen voor de "gegoede" burgerij uit Almelo en haar – voor die tijd professionele – terrein lag aan de Wierdensche straatweg in Ambt Almelo (anno nu: omgeving Egbert ten Catelaan, ter hoogte van de huidige tennisbanen). Voor de "eenvoudige" burgers was het onmogelijk om lid te worden van deze club, dus zat er voor de enthousiaste jongelingen niets anders op dan zelf te oefenen. Zoals zovaak begon het zondagse voetbalspel van de enthousiaste jongelingen uit Ambt Almelo steeds serieuzere vormen aan te nemen, het gevolg was er steeds meer nieuwsgierigen zich aansloten bij de groep Almelose voetbalpioniers, onder wie H. Smit, A. Nieuwenhuis en J. Meulenbelt. 

De eerste tegenslag voor de voetballiefhebbers kwam in de vorm van de mededelingen dat zij het terrein moesten ontruimen. Al vrij spoedig was het de heer Hammink - woonachtig nabij het huis van D. Kortenvoort's vader - die een stukje weiland af stond, onder de voorwaarde dat zijn zoon mee mocht voetballen. Uiteraard werd met dit voorstel ingestemd en de inrichting van het terrein kon beginnen: de twee doelen bestonden uit stevige stokken, overspannen met een touw. Verder kwamen de jongelingen in het bezit van het boekje "De regels van het Voetbalspel", waardoor men eindelijk kon beginnen met het "echte" voetbalspel uit te oefenen. Op dat moment kwam men tot de ontdekking dat men eigenlijk nog geen club had. In een openluchtvergadering werd na een langdurige discussie besloten tot de oprichting van een voetbalclub met als naam "Hollandia". 

De contributie werd in die tijd vastgesteld op 5 cent, de minder draagkrachtige leden dienden 2 cent contributie per week te betalen. Het ledental breidde zich in de loop der tijd - door toetreding van o.a. J. Nijkamp en H. Küpers - zo uit, dat toen een elftal samengesteld kon worden. 

De eerste wedstrijd

De eerste wedstrijd die "Hollandia" speelde was op het terrein van de toenmalige voetbalvereniging "Oranje Nassau" tegen deze ploeg. Een groot succes werd deze wedstrijd niet, alhoewel er wel veel doelpunten vielen: de uitslag was maar liefst 23-0 voor "Oranje Nassau". Niet zozeer de kwaliteiten van de spelers van "Hollandia" waren onvoldoende, men had meer moeite met de afmetingen van het speelveld. Het terrein van "Hollandia" was slechts de halve grootte van het terrein van "Oranje Nassau" (dat overigens voldeed aan de juiste afmetingen).

Toch besloten veel meer enthousiastelingen zich aan te sluiten bij "Hollandia", waardoor men financieel ook steeds meer ruimte kreeg. Weliswaar volgden er nog wel een aantal tegenslagen - twee keer moest men noodgedwongen een ander terrein zoeken -, toch was zeker dat de club langzaam maar zeker werkelijk gestalte begon te krijgen. In het vroege voorjaar van 1903 werd een stuk terrein gehuurd bij Hammink aan de Graven (nabij "Beeklust") voor het indertijd hoge bedrag van fl. 15,-. Toch waren de jongelingen zeer gelukkig met dit terrein, want het terrein voldeed aan de minimale afmetingen. Dankzij de hulp van de heren v.d. Elst en Slettenhaar begon de vereniging steeds meer op te komen. 

Dierbaar Hercules

Doordat het terrein van "Hollandia" aan een wandelweg gelegen was, trok de club veel aanschouwers. Ook de leden van de reeds bestaande club "Inartie" hadden veel oog voor het terrein, al spoedig werd er gesproken over een mogelijke samensmelting. Enkele leden van "Inartie" waren E. Bloemendal, E. Stuldreher en de gebroeders Seckel. In een gecombineerde vergadering in Hotel Schreuder (aan het Stationsplein te Almelo) werd besloten tot een fusie, de leden van beide verenigingen leek het verstandig een nieuwe naam te kiezen. Als naam werd gekozen voor "Hercules", mede vanwege het feit dat Griekse namen voor een sportvereniging in die tijd tot de normaalste zaak in de wereld behoorden. 

Het was op 3 mei 1903 dat er een voetbalvereniging was "geboren" die heel Almelo op een prominente plaats in de Nederlandse voetbalwereld zou zetten. De clubkleuren indertijd waren niet zwart en wit, doch zwart en groen. Later zou dit gaan veranderen, maar zover was het nu nog niet. Er werd nog meerdere malen geoefend tegen "Oranje Nassau", verder werd er geoefend tegen clubs in Nijverdal en Wierden. 

Al snel bleek dat het spelen van wedstrijden tegen deze clubs èn onderlinge wedstrijden niet meer genoeg voldoening gaven. Besloten werd om de T.V.B. (Twentsche Voetbal Bond) te verzoeken om zich bij deze organisatie aan te mogen sluiten. Groot was de verwachting niet, gedacht werd dat de eisen voor toelaatbaarheid voor "Hercules" te hoog waren. Tot grote vreugde van de leden kwam op 3 oktober 1903 tòch het bericht dat "Hercules" was toegelaten tot de T.V.B. 

Een verdienstelijk debuut

De jonge Almelose vereniging werd ingedeeld in de 1e klasse T.V.B. met als tegenstanders onder andere de Enschedese verenigingen "Phenix", "Voorwaarts" en "E.V.V.". Omdat de financiële draagkracht van "Hercules" nog steeds niet voldoende was werd besloten tot het heffen van entreegelden, met de opbrengst hiervan kon men voldoen aan de financiële eisen van de T.V.B. De entree werd vastgesteld op 10 cent. 

De eerste bondswedstrijd die "Hercules" speelde was in het najaar van 1903 thuis tegen "Voorwaarts". Deze wedstrijd werd met 2-0 gewonnen. In die periode was het chique Enschedese "P.W." één der beste verenigingen in Nederland, regelmatig waren de leden van "Hercules" 's middags in Enschede te gast om het eerste elftal van "P.W." te bewonderen. Op zich was dat vrij logisch, want "P.W." speelde in de 1e klasse van de N.V.B. (Nederlandsche Voetbal Bond) en de club had zelfs een echte "internationaal" (international) in haar gelederen, te weten Willem Janssen. In de jonge voetbalnatie Nederland was dit een prestatie van wereldformaat, want vrijwel alle "internationaalen" kwamen van de eliteclubs uit het westen en het zuiden van Nederland. Gedacht moet worden aan "Sparta Rotterdam", "H.V.V." en "H.B.S." uit Den Haag, "D.F.C." uit Dordrecht en "Velocitas Breda". 

Zelf vertelden de leden van "Hercules" dat zij de wedstrijden van "P.W." als goede "cursussen" zagen en het duurde dan ook niet lang voordat deze "cursussen" voor resultaat zorgden. En wat voor resultaat! In het seizoen 1905-1906 eindige "Hercules" op een keurige 2e plaats in de competitie (achter "Voorwaarts"), nog groter was het succes dat de Almeloërs behaalden in Mei 1906. Na een slopende en zeer lange finale werd op het terrein van "P.W." met 2-1 gewonnen van Phenix, waardoor de Almelose helden de eerste editie van de T.V.B.-wisselbeker wisten te winnen. 

Achterste rij: Joh. Toren, D. Kortenvoort, J. Ter Stal, J. Nijkamp, C. Lagcher
Middelste rij: H. E. Smit, G. Beverdam, W. Hendriks
Voorste rij: J. Meulenbelt, A. J. Nieuwenhuis, G. Reuvekamp

Van de T.V.B. naar de N.V.B.; van "Hercules naar AVC Heracles

In dezelfde periode werd een verzoek gedaan aan de N.V.B. om het 1e elftal van "Hercules" toe te mogen laten treden tot de 2e klasse van de N.V.B. Er kwam een positieve reactie op dit verzoek, maar er werd een wat minder prettige voorwaarde gesteld aan eventuele deelname aan de competitie van de N.V.B. Het bleek namelijk dat er reeds een "Hercules" uit Enschede in de afdeling speelde waarin de Almeloërs zouden gaan spelen. Het was de heer J. Hilarius die met een oplossing kwam, hij vertelde dat "Heracles" dezelfde betekenis heeft als "Hercules" en met dank werd deze suggestie van de heer Hilarius aanvaard. De naam van (AVC) Heracles zoals wij die nu kennen was geboren. 

Het debuut in de Oostelijke 2e klasse B van de N.V.B. was een zeer verdienstelijk debuut: in een competitie met "P.W. 2" (Enschede), "Tubantia" (Hengelo), "Oranje Nassau" (Almelo), "Hercules" en "Tubanters" (beiden Enschede) wist Heracles liefst 4 van haar 5 thuiswedstrijden winnend af te sluiten, uit wist men echter maar één punt te behalen (van "P.W. 2", waarvan thuis kansloos met 1-3 werd verloren overigens). Nu was het trouwens niet erg dat Heracles uit haar uitwedstrijden slechts één punt behaalde: men verloor namelijk alle uitwedstrijden met 1 doelpunt verschil! Thuis werden de tegenstanders doorgaans overtuigend verslagen. 

Dat het verdienstelijke optreden in het seizoen 1906-1907 een nòg beter vervolg kreeg leek in de lijn der verwachting te liggen en het eerste elftal van Heracles maakte de hooggespannen verwachtingen voor het tweede seizoen in de 2e klasse dan ook volledig waar: van de twaalf gespeelde wedstrijden wisten de Almeloërs er maar liefst 9 te winnen, éénmaal werd er een gelijkspel geboekt en slechts 2 wedstrijden gingen verloren. Dat seizoen werd Heracles keurig tweede achter "Robur et Velocitas" (Apeldoorn). Het succes van Heracles viel in heel Almelo in goede aarde, maar toch was men bij collega-voetbalvereniging "Oranje Nassau" niet gelukkig met de goede verrichtingen van haar stadsgenoot. Enkele niet bij name genoemde leden van "Oranje Nassau" probeerden de goede naam van Heracles op alle mogelijke manieren naar beneden te brengen. 

Zwart-wit bovenaan: de beste vereniging van Almelo!

De goede resultaten van Heracles betekenden ook dat de club steeds meer publieke belangstelling kreeg. De eigenaar van het Heracles-terrein merkte dit ook en de huur werd steeds hoger en hoger (zelfs tot fl. 90-, per jaar). In de zomer van 1909 werd het bestuur van Heracles mede gedeeld dat de eigenaar van het terrein - Graaf van Rechteren - niet meer toestond dat er 's zondags gespeeld werd op zijn grondgebied. Dit betekende dat Heracles vanaf het seizoen 1909-1910 ging spelen op een stuk grasveld nabij erve Bonthuis. 

Het nieuwe terrein bracht een primeur met zich mee, want voor het eerst in haar bestaan wist Heracles overtuigend te winnen van stadsgenoot "Oranje Nassau", met 13-0 maar liefst. Heracles was vanaf dat moment de beste club van Almelo, spoedig zou de regio Twente volgen en nog wat later gebeurde er nog meer moois. In het jaar 1910 werd besloten dat de tot dan toe gebruikte clubkleuren - zwart en groen - verwisseld werden voor het nu alom bekende zwart met wit. Het seizoen 1912-1913 was het laatste seizoen dat Heracles speelde op erve Bonthuis, het seizoen 1913-1914 werd er voor het eerst gebruik gemaakt van het - legendarische - terrein aan de Bornsestraat. 

Naast het feit dat Heracles in 1913 haar nieuwe terrein betrok was het ook even wennen voor de spelers van het eerste elftal qua tegenstanders. Daar waar de ploeg voorheen bijna uitsluitend tegen Twentse verenigingen had gespeeld, moest er nu opeens gevoetbald worden tegen o.a. "Z.A.C.", "P.E.C." (Zwolle), "Quick", "H.V.C." (Amersfoort) en "Quick Kampen". Kennelijk inspireerde de nieuwe competitie indeling de Heraclieden, want op overtuigende wijze werden de manschappen kampioen van de Oostelijke 2e klasse B. Helaas werden de promotie-wedstrijden tegen "Be-Quick Zutphen" met 2-0 en 5-2 verloren. 

De moeizame oorlogsjaren in Almelo

In augustus 1914 brak de eerste wereldoorlog uit. Alhoewel Nederland haar neutrale positie wenste te behouden - en dat ook voor elkaar kreeg - was de invloed van de eerste wereldoorlog in Almelo duidelijk voelbaar. Ook Heracles ontkwam niet aan de misère. De club moest zich tot aan het seizoen 1917-1918 tevreden stellen met een positie in de uiterste marge van de voetballerij. De financiën waren nooit van dien aarde dat de club zich veel kon permitteren, de oorlog had er voor gezorgd dat het alleen maar moeizamer werd voor de club. Toch gaf het "Heracles-gevoel" ook in die vroege jaren al de doorslag, ondanks alles moest de club behouden blijven! 

In het seizoen 1919-1920 wist Heracles voor de tweede keer in haar bestaan beslag te leggen op het kampioenschap van de Oostelijke 2e klasse B, maar wederom moest men in de promotie-wedstrijden de meerdere erkennen in de tegenstander: nu was het "Theole" (Tiel) dat te sterk bleek. Het daaropvolgende seizoen werd voor de derde keer het kampioenschap behaald en nu was Heracles wèl gelukkiger. "Wageningen" werd thuis - in de slotseconden van de wedstrijd - met 3-2 verslagen, in Wageningen wist Heracles een gelijkspel uit het vuur te slepen. Het 1e klasseschap was nu bereikt, Heracles kreeg nu de kans om werkelijk uit te groeien tot een club van naam en faam. 

Het Oosten regeert: Heracles naar de top

Niet alleen met het 1e elftal van Heracles ging het goed, ook het 2e elftal en het 3e elftal werden kampioen in hun klasse. Daarnaast floreerde de club als nooit tevoren, er waren meer dan tien senioren elftallen. Het niveauverschil tussen de 2e en de 1e klasse was dermate groot, dat Heracles liefst 5 van de eerste 6 wedstrijden verloor. Gelukkig herpakten de spelers zich en met veel inzet werd de competitie op een prima derde plaats afgesloten. Van de resterende 12 wedstrijden ging er nog maar één verloren! 

Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de groei van Heracles zonder de hulp van de Twentse textielbaron Breuning ten Cate sr. niet tot stand zou zijn gekomen. Mede dankzij de hulp van de familie Ten Cate kon Heracles begin jaren '20 beschikken over een echte Engelse trainer. U moet zich indenken dat Engeland indertijd hèt voetballand bij uitstek was, geen ander land mocht ook maar in de schaduw staan van de Engelse natie. Het beste voetbal kwam uit Engeland, de beste trainers waren ook Engelsen. Normaal gesproken zouden alleen de allergrootste Nederlandse ploegen uit de grote steden kunnen beschikken over een Engelse trainer, maar nu was dit ook het geval bij Heracles... in een klein stadje in het oosten van Nederland gebeurden wonderlijke dingen. 

In het jaar 1924 werd er begonnen met de bouw van een schitterende zittribune op het terrein aan de Bornsestraat, in het voorjaar van 1925 werd deze tribune voor het eerst in gebruik genomen. Was het toenmalige bestuur van Heracles trots op deze houten tribune, nog steeds kan de tribune wedijveren met de mooiste in Nederland. 

Bovenstaande foto laat de prachtige houten zittribune van Heracles zien - in oude stijl (anno 1967)

Moest Heracles in het seizoen 1925-1926 de eer voor het Oostelijke kampioenschap nog aan "Sportclub Enschede" laten, het seizoen daarop wist Heracles wèl beslag te leggen op het Oostelijke kampioenschap. Weliswaar was hiervoor een beslissingswedstrijd nodig tegen "Sportclub Enschede", de 2-0 overwinning voor de Almeloërs gaf aan dat Heracles dat jaar nauwelijks te kloppen was.

In de kampioens competitie moest Heracles het opnemen tegen "Ajax" (Amsterdam), "Feijenoord" (Rotterdam), "N.A.C." (Breda) en "Velocitas" (Groningen). Heracles had een moeilijk begin met een wedstrijd tegen "Ajax" in Amsterdam. Eenieder in de regio Almelo zou al tevreden zijn geweest als Heracles in ieder geval niet af zou gaan in de kampioens competitie, maar tot verbazing van velen werd "Ajax" in Amsterdam keurig op 2-2 gehouden. Met nog een gelijkspel - wederom tegen "Ajax" - en verder 6 overwinningen werd Heracles op 19 juni 1927 in Almelo kampioen van Nederland. Op onderstaande foto staan de mannen die ervoor zorgden dat Heracles definitief een prominente plaats kon innemen op de Nederlandse voetbalkaart. 

Dat de resultaten van Heracles niet onopgemerkt bleven, bleek uit het feit dat enkele spelers de eer hadden uit te mogen komen voor het Nederlandse Elftal (F. Schipper en B. Freese), terwijl andere spelers voor het Bondselftal mochten spelen (waar onder C. Schlosser). 

Staand: H. Colclough (trainer), B. Smit, J. Edelijn, H. Hilbrink, B. Freese, J. Reekers,
F. Schipper, G. Freese
Gehurkt: C. Schlosser, H. Grobben, F. v.d. Kolk, J. Hinnen

Bouwen aan een nieuwe toekomst

Na dit succesvolle jaar werd het voor Heracles allemaal wat moeizamer, een zeer slechte start van het seizoen 1927-1928 zorgde ervoor dat dat seizoen een bescheiden plaats in de 1e klasse het hoogst haalbare was. Vele spelers uit de succesperiode stopten met hun voetballoopbaan en moesten vervangen worden door jongere spelers. In 1932 stopte trainer Colclough bij Heracles en kwam een andere Engelsman - Roxburgh - hem vervangen. In de jaren na 1927 speelde Heracles slechts een bescheiden rol in de hoogste Nederlandse voetbalcompetitie, maar in het seizoen 1933-1934 was het eindelijk weer zover. 

Het gehele seizoen stond Heracles aan kop en met slechts één nederlaag en drie gelijke spelen werd de ploeg op overtuigende wijze afdelingskampioen. Van de succesformatie uit 1927 speelden nog 4 spelers mee met het "vernieuwde" Heracles: B. Freese, F. Schipper, C. Schlosser en J. Hinnen. Eerstgenoemde stond op de nominatie om weer te worden opgenomen in het Nederlandse Elftal, maar vanwege zijn leeftijd - Freese was reeds ruim de dertig gepasseerd - besloten de heren van de N.V.B.-keuzecommissie om Freese niet te selecteren voor een hernieuwd optreden voor het Nederlands Elftal. Dit overigens tot groot ongenoegen van de vaderlandse pers, waaronder de redactie van het "Sportrevue". 

In de kampioenscompetitie wist Heracles niet te imponeren, de eerste wedstrijd in Amsterdam tegen "Ajax" werd met maar liefst 9-1 verloren. Toch wist de jonge ploeg thuis de schade die het had opgelopen recht te zetten. Er werd met 2-1 gewonnen van "Ajax", verder wisten de Heraclieden nog 3 wedstrijden in de kampioenscompetitie te winnen. Overigens werd "Ajax" ondanks de nederlaag in Almelo wèl kampioen van Nederland. 

In datzelfde jaar onderging het terrein een grondige uitbreiding middels twee grote staantribunes. Ook in de daaropvolgende seizoenen bleek Heracles steeds mee te kunnen doen om de strijd voor het Oostelijke kampioenschap, toch bleken "Sportclub Enschede" en "Go Ahead" (Deventer, 2x) de sterkste te zijn. 

De hoogtijdagen van het Almelose voetbalbolwerk

Wat in de jaren 1935-1937 nèt niet lukte, lukte in het seizoen 1937-1938 wèl. Heracles behaalde voor de derde maal het afdelingskampioenschap nadat het hele jaar de leiding in de Oostelijke klasse was gehandhaafd. In dit elftal bleek al snel een jonge "rechtspoot" furore te maken. Zijn naam was Frens van der Veen. Hij is zonder twijfel de beste voetballer die men ooit heeft gehad in Almelo. In de kampioenscompetitie was al snel duidelijk dat er slechts 2 ploegen aanspraak konden maken op de titel. "Feyenoord" en Heracles streden tot de laatste speelronde om het landskampioenschap. Het lot wilde dat de laatste wedstrijd in Almelo werd gespeeld. Heracles-"Feijenoord" moest de beslissing brengen. 

Met ruim 19.000 toeschouwers - waaronder alle prominenten binnen het Nederlandse voetbal - werd de wedstrijd voor de zwart- witte formatie een grote teleurstelling. In Rotterdam bleek "Feyenoord" reeds met 4-1 de sterkste en ook in Almelo bleken de Rotterdammers sterker (0-2). Het verschil kwam voornamelijk tot stand doordat de jonge Frens van der Veen (hij kwam geblesseerd terug van zijn eerste interland die hij een paar dagen eerder speelde tegen Schotland) en de gewaardeerde kracht Entjes vanwege hun lichamelijke gesteldheid niet voluit konden gaan. "Feijenoord" had met de geroutineerde Puck van Heel (indertijd veelvuldig aanvoerder van het Nederlandse Elftal) gewoonweg meer kwaliteit dan het licht gehavende Heracles. 

De dreiging van een tweede wereldoorlog bracht de Almelose vereniging niet in paniek. In het seizoen 1939-1940 kon Heracles wederom tonen de sterkste in de afdeling Oost te zijn, daarvoor moest echter gewonnen worden bij "Enschedese Boys". Het had zo leuk moeten zijn: het bestuur van Heracles had donderdag 's avonds een feestavond voor de manschappen voorbereid, mocht er gewonnen worden tijdens de laatste competitie wedstrijd. Op vrijdag 10 Mei 1940 vielen de Duitse troepen Nederland binnen... 

Sterk ondanks tegenslagen

Het voetbal was - voorlopig - van de baan. De toenmalige trainer Jennings (uit Schotland) werd door de Duitse bezetters gevangen genomen, maar gelukkig kon Jennings na de oorlog heelhuids naar zijn vaderland terug keren. Na een week of zeven werd de competitie hervat en middels een 1-2 overwinning in Enschede werd Heracles wederom afdelingskampioen. In de kampioenscompetitie bleek opnieuw dat "Feyenoord" de sterkste ploeg had. 

Heracles behaalde in het seizoen 1940-1941 voor de vijfde maal het afdelingskampioenschap binnen. In een felle strijd tussen Heracles en "N.E.C." (Nijmegen) was het Heracles dat in de laatste wedstrijd van de competitie thuis met 5-0 te sterk bleek voor de Nijmegenaren. De tweede nationale landstitel behaalde Heracles door thuis een 6-1 overwinning op "P.S.V." (Eindhoven) te behalen. Het elftal dat ervoor zorgde dat dit succes werd bereikt staat hieronder afgebeeld. 

Achterste rij: J. Krabshuis, R. Dirkink, J. Velthuis, F. v.d. Veen, F. Jaarsma
Middelste rij: G. Entjes, T. Lassche, A. Wanningen
Voorste rij: A. Dekkers, F. Dekkers, H. Koldewijn

Aanvalsleider Velthuis werd dat seizoen met 14 treffers in de kampioenscompetitie (in 8 wedstrijden!!) topscorer van Nederland. Heden ten dage wordt er nogal eens minderwaardig gepraat over het tweede kampioenschap van Heracles (het was tenslotte een competitie in oorlogstijd), maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat het elftal van 1941 waarschijnlijk het beste is geweest wat Heracles ooit te bieden heeft gehad. 

 

Het daaropvolgende seizoen waren de resultaten matig, maar in 1944 werd voor de 6e maal beslag gelegd op het afdelingskampioenschap. In de kampioenscompetitie kwamen de Almeloërs niet verder dan een laatste plaats. De jaren die volgden moesten voetballoos worden doorgebracht, pas in 1947 werd het normale competitie-schema weer opgepakt. 

Donkere wolken boven Heracles

Heracles wist in het seizoen 1949-1950 nog lange tijd mee te doen om het afdelingskampioenschap, toch was duidelijk dat de club een zware tijd tegemoet ging. In 1950 werd besloten dat de competitie indeling niet meer regionaal was, maar landelijk. Er werden afdelingen van 13 elftallen samengesteld en daarvan zouden de onderste twee ploegen uit iedere afdeling degraderen. Het onmogelijk geschiedde in Almelo: na 30 jaar onafgebroken in de top van de 1e klasse te hebben gespeeld, degradeerde Heracles in 1951 naar de 2e klasse. 

Wie echter vermoedt dat de Heraclieden de moed opgaven heeft het mis, vanaf de start van de competitie in het seizoen 1951- 1952 stond Heracles aan kop. Ongeslagen werd Heracles kampioen, ook de noodzakelijk promotie wedstrijden werden winnend afgesloten. In 1952 stond Heracles weer daar waar het hoorde: in de hoogste klasse van het Nederlandse voetbal. Er zou helaas nog een veel slechtere periode volgen... 

Het betaalde voetbal deed haar intrede in Nederland en daar waar Heracles altijd het "amateur zijn" hoog in het vaandel had moest opeens professioneel gewerkt worden. In een kleine stad als Almelo zou dit geen eenvoudige taak zijn. Met de nodige kunst en vlieg werk werd de club in stand gehouden in de beginjaren van het betaalde voetbal. Zo moesten de prijzen van de donateurskaarten flink omhoog en werd er een Heracles voetbalpool gehouden. De verdiensten van de Heracles-spelers waren niet hoog: fl. 30,- voor winst, fl. 20,- bij een gelijkspel en bij verlies werd er fl. 10,- uitgekeerd. 

De eens zo trotse club uit Almelo was inmiddels naar de Tweede Divisie B van de K.N.V.B. (Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond = opvolger van de N.V.B.) afgedaald. Hoe lang kon men in Almelo nog lijdzaam toezien dat de zwart-witte formatie doelloos in de marge van het betaalde voetbal opereerde? 

De grote ommekeer

De toenmalige voorzitter - de heer H. van Ingen - besloot dat er reclameborden rond het hoofdveld geplaatst moesten worden, tevens werd in overleg met de toenmalige supportersvereniging besloten om de fabrikantenkring in Almelo te benaderen. Het gevolg was vrijwel meteen te merken: vanuit de fabrikantenkring werd de heer Molenaar (directeur van de indertijd machtige Palthe Stomerijen) naar voren geschoven als nieuwe "leider" binnen Heracles. In 1956 was Heracles nog net voor "Zwolse Boys" op de voorlaatste plaats in de Tweede Divisie B geëindigd. Dit was het sein voor Almelo om van Heracles weer de trotse club te maken die het ooit was. 

Samen met oud-speler F. van den Elst lukte het Mr. Molenaar om Heracles uit het slop te halen. Na in de felle kampioenschapstrijd met "Go Ahead" een bijna beslissende puntenvoorsprong te behalen, kon Heracles op zondag 1 juni 1958 het kampioenschap in de Tweede Divisie B behalen. Thuis tegen "Zwolse Boys" werd maar liefst met 7-0 gewonnen. De twee bekendste spelers uit die periode zijn S. Mokone en J. Schuman. Eerstgenoemde was de eerste Zuid Afrikaanse speler op de Nederlandse velden, Schuman is nog altijd topscorer aller tijden van het betaalde voetbal in Nederland met zijn 47 doelpunten in datzelfde seizoen. 

Heracles in 1958 mèt Mokone en Schuman.

In het seizoen 1960-1961 streed Heracles lange tijd mee met het Amsterdamse "Blauw-Wit", maar op het laatst bleken de Amsterdammers toch over meer capaciteiten te bezitten. Het jaar erop was het wel feest in Almelo: Heracles werd na een enerverende strijd met "Elinkwijk" kampioen door in de beslissende wedstrijd thuis met 1-0 van het reeds gedegradeerde "Heerenveen" te winnen. De beslissende promotiewedstrijden tegen "Fortuna Vlaardingen" staan bij menig oudere Heracles- aanhanger nog op het netvlies gebrand. Na een 0-0 gelijkspel in Vlaardingen scoorde Hennie van Nee in Almelo na 10 minuten het enige doelpunt van de wedstrijd: de 1-0 overwinning werd door 22.000 dolenthousiaste Heracles-aanhangers tot ver na de wedstrijd gevierd. 

Heracles in de Ere Divisie

In de Ere Divisie bleek al snel dat Heracles een tegenstander was waar eenieder respect voor had, de resultaten waren redelijk tot goed te noemen en in het seizoen 1964-1965 steeg Heracles zelfs boven zichzelf uit. De eerste 8 wedstrijden in de competitie waren de Almeloërs ongeslagen gebleven, er werd onder andere met 1-4 gewonnen bij "Ajax" en ook "P.S.V." werd in Eindhoven met 0-1 verslagen. In de thuiswedstrijd tegen "Feijenoord" ging het voor 26.000 toeschouwers dan toch mis voor Heracles. De 1-5 nederlaag sloeg bij de spelersgroep in als een bom. Wat trainer van der Leck ook probeerde, de rest van het seizoen was het zeer wisselvallig. Toch behaalde Heracles alsnog een keurige plaats nèt onder de subtop. De relevatie van dat seizoen was Heracles-aanvaller Hennie van Nee. De razendsnelle Van Nee zag zijn goede vorm beloond middels meerdere uitnodigingen die hij kreeg voor het meespelen met het Nederlandse Elftal. 

In dat seizoen leek er voor Heracles niets meer aan de hand te zijn. Toch moesten sommige spelers - noodgedwongen - vertrekken uit Almelo en met een half nieuw elftal werd het seizoen 1965-1966 begonnen. Vanaf het begin was het allemaal moeizaam. Toch leek er aan het einde van de competitie niets meer aan de hand, Heracles zou zich wel kunnen handhaven. Toen leek het geluk Heracles in de steek te laten: volledig tegen de verwachtingen in degradeerden de Almeloërs naar de Eerste Divisie. Indertijd beweerden de kranten dat Heracles de dupe was geworden van een "omkoopschandaal", maar al met al was het Heracles dat afscheid moest nemen van de hoogste Nederlandse voetbalklasse. De jaren daarna bleek Heracles steeds een stapje tekort te komen voor een terugkeer naar de Ere Divisie. 

De organisatie moet veranderen

In Almelo leek betaald voetbal in 1970 tot het verleden te behoren, vandaar dat er in 1971 sprake zou zijn van een fusie met streekgenoot FC Twente (Enschede). Op 22 juni 1971 werd in een heftige algemene ledenvergadering een fusie met de Enschedeërs van de hand gewezen. Het was vice-voorzitter van den Elst die op de betreffende avond de legendarische woorden sprak: "Beter een half ei dan een lege dop!". 

De periode die daarop volgde wordt door de Heracles-kenners ook wel de periode "de Jong" genoemd (naar de toenmalige voorzitter Mr. De Jong). Zo werd er in 1971 al een eerste "splitsing" gemaakt binnen de organisatie van Heracles. Er kwam een afdeling betaald voetbal en er was reeds een afdeling amateurvoetbal met beiden een zelfstandig bestuur. Daarboven stond een Algemeen bestuur, waarvan ook beide voorzitters van de afdelingsbesturen deel uitmaakten. Een financieel gezond beleid was een eerste vereiste voor Heracles, de resultaten zouden daarna vanzelf beter worden. Dat was althans de stelling. Toch bleek deze mooie gedachte in de praktijk niet zo eenvoudig haalbaar te zijn, alhoewel het bestuur van Heracles werkelijk al het mogelijke deed. Een eventuele daadwerkelijke splitsing binnen Heracles leek nog slechts een kwestie van tijd. 

De afsplitsing is definitief: SC Heracles'74 doet haar intrede

De Almelose bevolking liet Heracles in de steek: in de jaren '50 was het stadion altijd goed gevuld, evenals in het begin van de jaren '60: een kleine 10 à 12.000 mensen zaten er altijd wel. Er waren zelfs perioden dat de kaarten al enkele weken voor een wedstrijd uitverkocht waren! Na de degradatie uit de Ere Divisie daalde de publieke belangstelling, maar toch zaten er altijd nog zo'n 7 à 8.000 mensen aan de Bornsestraat. Vanaf het begin van de jaren '70 ging het echter steeds minder en minder, het gevolg was dat gemiddeld nog slechts 4 à 5.000 mensen de weg vonden naar Heracles. En nog steeds nam de publieke belangstelling af. Was de Heracles zondagmiddag opeens uit de mode? Het had er alle schijn van. 

Vanuit het Algemene bestuur van Heracles kwamen steeds somberder berichten. Wilde men de amateurtak van Heracles (AVC Heracles) in stand houden, dan was een splitsing de enige manier van overleven. Tenslotte lag de mooie historie - meer dan 70 jaar voetbal - bij AVC Heracles. Vanuit de K.N.V.B. kwam het advies om een zelfstandig betaald Heracles op te richten, daarnaast werd dit advies ook gegeven door de gebroeders Molenaar (die enige jaren daarvoor via een soortgelijk systeem van "Alkmaar'54" en "FC Zaanstreek" met succes "AZ" hadden gemaakt). 

Op 1 juli 1974 was het dan een feit: de stichting SC Heracles'74 zag het levenslicht. AVC Heracles keerde terug naar de amateurcompetitie, de 4e klasse om precies te zijn. Dat de amateurs het niet altijd even makkelijk hadden spreekt voor zich, maar door de liefde van vele clubmensen gaat het de club momenteel weer redelijk voor de wind. In het seizoen 1997-1998 werd het 1e elftal kampioen in de 6e klasse. Na een gewenningsperiode van een paar weken lijkt AVC Heracles nu het niveau van de 5e klasse aan te kunnen. 

Meteen al een groot succes, daarna slechts anonimiteit

Weliswaar ging het in competitie verband niet erg goed met SC Heracles, in de beker lieten de Almelose mannen zien dat ze voor niemand onder hoefden te doen. Aan het einde van 1974 zorgden de zwart-witten van trainer Ron Dellow voor een daverende stunt in het bekertoernooi: "Ajax" werd thuis met 4-2 verslagen. Ondanks dat de Amsterdamse formatie 2 keer een voorsprong nam was het Heracles dat in de verlenging toesloeg. In de kwartfinale was op de Wageningse Berg de plaatselijke "FC Wageningen" met 1-0 te sterk. Toch ging het langzaam maar zeker steeds minder en minder goed in Almelo. De club speelde geen prominente rol meer in voetbalminnend Nederland en aan het begin van de jaren '80 was het chaos troef. De ene na de andere bestuurwisseling had tot gevolg dat het eens zo trotse Almelo haar betaalde tak van Heracles dreigde te verliezen. 

Daar waar clubs als "FC Amsterdam", "SC Amerfoort", "Fortuna Vlaardingen" en in een later stadium "FC Wageningen" uit het betaalde voetbal verdwenen, daar bleef SC Heracles bestaan. Weliswaar met de nodige moeite, maar steeds waren er mensen die de club voor een dreigend bankroet behoedden. Er zijn zelfs enkele mensen geweest die een tweede hypotheek op hun huis namen, om zodoende het geld aan Heracles te lenen! 

SC Heracles'74 als grote verrassing

Bij het 10-jarig bestaan van SC Heracles was vanuit het bestuur de melding gekomen dat er "een frisse wind moest gaan waaien" door de club. In fasen zou de club naar de subtop van de Eerste Divisie geleid moeten worden. Het seizoen 1983-1984 was een overbruggingsjaar, in het seizoen daaropvolgend zou er een eerste bescheiden stap gezet kunnen worden. Het liep allemaal wat anders... 

In het seizoen 1984-1985 werd SC Heracles tot verrassing van velen kampioen in de Eerste Divisie. Voor het eerst in 19 jaar zou Almelo weer een Ere Divisionist hebben! Op de beslissende laatste speeldag vergezelden meer dan 2.000 aanhangers in bussen de club vanuit Almelo. Nog eens duizenden gingen met eigen vervoer naar het Roosendaalse "R.B.C.". Na een 0-3 zege kon de zegetocht naar Almelo beginnen. 

Het kampioensteam van 1985 met o.a. Hendry Krüzen, Jan van Staa en Johan Tukker.

Dat SC Heracles het niet makkelijk zou krijgen in de hoogste Nederlandse voetbalklasse bleek al snel. Na een goede start - 1 -0 zege op "Go Ahead Eagles" - was er weinig reden tot juichen in Almelo. Weliswaar werd er nog wel met 0-3 bij streekgenoot "FC Twente" gewonnen dat seizoen, maar het was vrij duidelijk dat de spelers het niveau niet allemaal aankonden. Net toen de ploeg haar draai had kwam de winterstop, daarna was het over en sluiten voor de zwart-witten. Het was duidelijk dat een langdurig verblijf in de Ere Divisie alleen mogelijk zou zijn indien men beschikte over ruime financiële middelen. En daar ontbrak het aan in Almelo. De daaropvolgende degradatie was dan ook niet meer dan logisch. 

Roerige tijden in Almelo

De degradatie had tot gevolg dat er een complete "leegloop" ontstond. De meeste basisspelers (onder wie Ray Richardson en Rudi Metz) zochten hun heil bij andere voetbalverenigingen en een enkeling (waaronder de latere trainer Jan van Staa) maakte een einde aan zijn actieve loopbaan als profvoetballer. Het grote Almelose voetbaltalent Hendrie Krüzen vertrok naar het ambitieuze "FC Den Bosch", om vervolgens via "P.S.V." als speler enige keren voor het Nederlands Elftal uit te mogen komen. 

Het was na de degradatie enkele jaren "ouderwets" rommelig binnen de club, net zo als aan het begin van de jaren '80. Er volgde een absoluut dieptepunt: sommige wedstrijden werden voor minder dan 1.000 toeschouwers afgewerkt. Dit moet bij vele clubmensen zeer hard zijn aangekomen. Toch bleken er al snel enkele mensen te zijn die de club van een zekere "dood" wilden behoedden. De twee meest bekende namen zullen die van R. Verweg en G. Tusveld zijn. 

Stabiliteit leidt tot resultaat 

Als voorzitter heeft Tusveld ervoor gezorgd dat de club financieel weer gezond werd, ondanks dat hij als voorzitter regelmatig het verwijt kreeg "te veel op de centen te zitten". Toch is gebleken dat het werk van Tusveld voor SC Heracles de redding heeft betekend. De club zette vanaf 1988 een heuse "revival" in. Een groot aandeel daarin heeft zonder twijfel aanvaller Folkert Velten gehad. Deze Enterse spits kwam in zijn eerste seizoen in het betaalde voetbal (1988-1989) op een totaal van 24 doelpunten. Op de laatste wedstrijddag van het seizoen 1996-1997 scoorde Velten zijn 150e doelpunt voor de Almelose formatie.

De club bleek weer in staat geroutineerde spelers aan te trekken en het resultaat was er dan ook naar. Liefst 6 keer wist SC Heracles in de laatste 10 seizoenen de nacompetitie te halen, maar geen enkele keer werd er promotie naar de hoogste klasse van het Nederlandse voetbal afgedwongen. Alhoewel de laatste twee seizoenen voor de Almeloërs wat minder succesvol waren dan de jaren daarvoor, heeft de club over de hele wereld naam gemaakt door in de tweede ronde van de Amstel Cup in November 1996 de toenmalige wereldkampioen "Ajax" met 1-0 thuis te verschalken. Doelpuntenmaker was Jorg Smeets. 

SC Heracles is financieel gezond, toch bleek de club recentelijk niet in staat haar betere spelers te behouden. Zo vertrokken tijdens en na seizoen 1997/98 Jorg Smeets ("Wigan Athletic" Eng.), Antti Heinola ("Queens Park Rangers" Eng.), Marco Holster ("Ipswich Town" Eng.) en Alex Burns ("Southend United" Eng.). 

Een nieuwe toekomst 

Reeds enige tijd werd er in Almelo gepraat over een nieuw stadion voor SC Heracles. Door de problemen van de Sport7-affaire (die voor vele clubs een zware last blijkt) leek het voor SC Heracles een zeer moeilijke zaak om een nieuw stadion te bouwen. Maar door het geweldige werk van enkele prominente clublieden kon er uiteindelijk toch opgelucht ademgehaald worden. Vanaf het seizoen 1999-2000 was het dan ook daadwerkelijk zover: de Almelose formatie kon gebruik maken van een nieuw stadion aan de Weezebeeksingel in Almelo. Het complex kostte ruim 23 miljoen gulden (ruim 11 miljoen euro) en bood plaats aan ruim 6.000 bezoekers. Daarnaast had het stadion - als eerste in het Nederlandse betaalde voetbal - géén hekken en géén grachten. Iets waar men in Almelo met recht trots op kan zijn! 

Het nieuwe stadion nog meer veranderingen met zich mee. De naam SC Heracles'74 is op verzoek van de Gemeente Almelo per 1 juli 1998 gewijzigd in "Heracles Almelo". Daarnaast kreeg Hercles Almelo een eigentijds logo aangemeten. De nieuwe voorzitter J. Smit wass samen met de overige bestuursleden èn sponsors vastbesloten Heracles Almelo nieuw leven in te blazen. Het nieuwe stadion betekende dat ermeer financiële middelen beschikbaar zouden komen. 
Overigens blijft AVC Heracles gewoon op haar vertrouwde plekje aan de Steve Mokonelaan/Bornsestraat zitten. 

Zoals gezegd werd het nieuwe in 1999 in gebruik genomen. Onder leiding van erkend succestrainer Fritz Korbach werd direct in het eerste seizoen de nacompetitie gehaald. Promotie bleef echter achterwege. 

Korbach werd opgevolgd door Gertjan Verbeek die een geheel nieuwe, grotendeels regionale, ploeg opbouwde en Heracles Almelo structureel in de bovenste regionen van de eerste divisie wist te brengen. In het seizoen 2003-2004 leek dit te resulteren in promotie, maar in de beslissende nacompetitiewedstrijd bij FC Volendam bleef de ploeg ondanks de steun van een groot aantal meegereisde supporters op een gelijkspel steken en ging De Graafschap er met de eer vandoor. 

Kampioen van de Eerste Divisie! 

Wie echter verwacht had dat deze grote domper de club terug zou werpen kwam bedrogen uit. Een seizoen later wist men onder leiding van de nieuwe trainer Peter Bosz op de laatste wedstrijddag het kampioenschap en de bijbehorende promotie naar de Eredivisie te behalen! 
De ploeg die het behalve van de ervaren aanvoerder Nico-Jan Hoogma vooral van een sterk collectief moest hebben, uiteindelijk te sterk voor het door de alle kenners al beter ingeschatte Sparta Rotterdam. 

Het viering van het kampioenschap werd een onvergetelijk feest. De ploeg ging in open wagens door de stad naar het marktplein waar vele duizenden supporters aanwezig waren om hun helden toe te juichen. Tot in de kleine uurtjes werd er gefeest en het leek dat heel Almelo en omstreken in de ban van Heracles was. 

Nog voor het begin van het nieuwe seizoen werd het Polman Stadion met 2.000 stoelen uitgebreid zodat de capaciteit nu ruim 8.500 toeschouwers is. 

Voor aanvang van het seizoen waren alle 'kenners' er van overtuigd dat Heracles Almelo degradatie-kandidaat nummer 1 zou zijn. De technische staf benutte het bescheiden budget echter om een aantal ervaren krachten (o.a. Rob Maas en doelman Martin Pieckenhagen) en jonge talenten (zoals de Japanner Sota Hirayama en de Est Ragnar Klavan) binnen te halen waardoor er vanaf de eerste dag een zeer degelijke ploeg ontstond. Zo werd er gelijk gespeeld tegen kampioenskandidaten PSV, Ajax en AZ. En al een paar weken voor het einde van de competitie hadden de zwartwitten zich veiliggespeeld. Uiteindelijk werd het debuutseizoen in de Eredivisie met een prachtige 13e plek afgesloten. 

Ook onder leiding van trainer Ruud Brood werd de doelstelling (rechtstreekse handhaving zonder nacompetitie) gehaald. Heracles Almelo wist vier punten te pakken vaan naaste buur FC Twente (3-0 thuis en 1-1 uit) en kende verder een uitstekend seizoen. De start van het seizoen 2007-208 was minder, dat leidde in december tot het onstlag van Ruud Brood. Onder leiding van zijn opvolger Gert Heerkes, en door de impuls van nieuwelingen als Gonzalo Garcia Garcia en Robbert Schilder, speelde Heracles Almelo zich op de laatste speeldag alsnog veilig. Hoogtepunt was het bereiken van de halve finale in het Bekertoernooi, voor het eerst in de clubhistorie. De halve eindstrijd werd via Stormvogels Telstar, Omniworld, FC Den Bosch en Haarlem bereikt. Nadat ook na verleging de gelijke stand nog altijd op het bord stond (2-2) moesten strafschoppen de finalist bepalen. Alleen Srdjan Lakic miste, hij rakte de paal, waardoor Roda zich plaatste voor de finale in Rotterdam. 

Als opvolger van Gert Heerkes wordt in de zomer van 2009 Gertjan Verbeek gepresenteerd. De terugkeer van Verbeek blijkt een goede zet: Heracles Almelo boekt de beste klassering uit de moderne clubhistorie en wordt zesde. In de play-offs die volgen is Roda JC net te sterk. na de 1-1 in Kerkrade wordt het in de return in de slotfase 1-2. En dus een zuur afscheid voor de trainer, die naar AZ vertrekt. Als opvolger wordt Peter Bosz terug gehaald. De Apeldoorner werd in 2005 kampioen met Heracles en zorgt ook in zijn tweede periode voor vuurwerk. In zijn eerste jaar wordt de club achtste. Opnieuw mag men via de play-offs proberen Europees voetbal te halen, maar nu is het FC Groningen dat de weg naar glorie verspert. In de seizoenen 2011-2012 en 2012-2013 eindigt Heracles Almelo verdienstelijk als twaalfde. De spectaculair aanvallend spelende ploeg plaatst zich in 2012 voor de KNVB Bekerfinale, onder meer door AZ in Alkmaar na verlenging te verslaan: 2-4. In de finale komt men tekort tegen PSV: 3-0. Maar de uittocht van 20.000 Heraclieden naar De Kuip toont eens te meer aan hoe de club leeft.   

Bronnen: Gedenkboek 25 jaar AVC Heracles (1928), Gedenkboek 50 jaar AVC Heracles (1953), Gedenkboek 70 jaar AVC Heracles (1973), archiefmaterialen (1957-1971) van de heer F. van den Elst. Daarvoor mijn grote dank. Verder: Twentsche Zondagsblad (1903-1939), Dagblad van het Oosten/Twentsche Courant/Dagblad Tubantia (....-heden). 

HeraclesTV

Losse Tickets

Advertentie